DE STATUS VAN HET VERPLICHTE PROCES-VERBAAL VAN DE TERECHTZITTING

In het elektronisch  journaal van de Nederlandse rechtspraak van de 21e eeuw, Hollandpromote.com, beschrijft  prof. dr.ir. van Putten een onderzoek van het verplichte proces-verbaal van de terechtzitting.

SAMENVATTING

In dit onderzoek wordt de status van het verplichte Proces-verbaal van de terechtzitting besproken aan de hand van de bestaande wettelijke voorschriften en jurisprudentie. Door de Hoge Raad wordt een Proces-verbaal van een terechtzitting beschouwd als de enige kenbron van hetgeen zich ter terechtzitting heeft voorgedaan. Het ontbreken van een Proces-verbaal leidt tot substantiële nietigheid van de rechterlijke beslissing. In de praktijk blijkt dat op grove wijze de hand gelicht wordt met het verplicht opmaken van een Proces-verbaal, waardoor veel rechterlijke beslissingen de vereiste wettelijke status missen. Niet alleen in kort geding procedures wordt herhaaldelijk het opmaken van het Proces-verbaal geweigerd of nagelaten, maar ook in andere procedures, met als argument “dat doen we pas als er appèl wordt ingesteld”. Volledig ten onrechte, en in strijd met de voorschriften. Ten alle tijde dient de verifieerbaarheid en traceerbaarheid van het ter terechtzitting behandelde bekend te zijn. De ondertekening van het Proces-verbaal dient te geschieden door de voorzitter en de griffier van de desbetreffende terechtzitting. Het Proces-verbaal  is een authentieke akte ex art 156 lid 2 Rv en heeft een identieke status als enige kenbron, zowel in het civiel – , het bestuursrecht alsmede in het strafrecht, daar in de wet geen enkele wettelijke bepaling bestaat die hierin onderscheid maakt.

Een gedachte over “DE STATUS VAN HET VERPLICHTE PROCES-VERBAAL VAN DE TERECHTZITTING

Voeg uw reactie toe

  1. Hier sta ik toch wat van te kijken.
    Citaat: “𝐇𝐞𝐭 𝐨𝐧𝐭𝐛𝐫𝐞𝐤𝐞𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐞𝐞𝐧 𝐏𝐫𝐨𝐜𝐞𝐬-𝐯𝐞𝐫𝐛𝐚𝐚𝐥 𝐥𝐞𝐢𝐝𝐭 𝐭𝐨𝐭 𝐬𝐮𝐛𝐬𝐭𝐚𝐧𝐭𝐢ë𝐥𝐞 𝐧𝐢𝐞𝐭𝐢𝐠𝐡𝐞𝐢𝐝 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭𝐞𝐫𝐥𝐢𝐣𝐤𝐞 𝐛𝐞𝐬𝐥𝐢𝐬𝐬𝐢𝐧𝐠”
    Ik heb bij belangrijke procedures tw KG93/677 met KG rechter mr EJ Numann en ook zitting bodemprocedure94/0661 en 94/0751 met vz mr JHPJ Willems meegemaakt, dat geen griffier aanwezig was. Bij de bodemprocedure in Den Haag stelde de vz mr JHPJ Willems expliciet, dat de griffier nog bij een andere zitting moest zijn en of wij het goed vonden, dat de griffier naar elders vertrok. Aangezien mijn advocaat tw mr Huib Mars geen bezwaar maakte, daarop heb ik dan duidelijk gemeld, dat ik aanwezigheid v/d griffier noodzakelijk achtte. Hierop antwoordde vz Willems direct dat ik mijn mond moest houden en gaan zitten. Daarop meldde deze Willems dat de griffier kon vertrekken.
    Ergo, dat soort voorschriften lijkt in Paleis v Justitievan geen betekenis te zijn. How come ??

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: