“Rechtspraak in de Schaduw: Waarom Moedige Woorden Niet Genoeg Zijn”

Dit stuk is een directe reactie op het recente LinkedIn-bericht van Folkert Jensma,op 19.11.25  waarin hij de voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak prijst voor diens moedige erkenning dat rechters last hebben van vooroordelen, inclusief hijzelf. Hoewel dat een opmerkelijke stap is en het taboe op het bespreken van rechterlijke feilbaarheid doorbreekt, komt deze erkenning echter achterstallig en veel te laat. Het raakt slechts aan de oppervlakte van een dieper liggend probleem van structurele bestuursfalen binnen de rechtspraak. Waar het door Jensma beschreven debat over vooroordelen op het niveau van individuele rechters eindelijk op gang komt, blijft het wezenlijke vraagstuk van institutionele transparantie en verantwoordelijkheidsbesef, zoals het wetsvoorstel voor een verschoningsplicht van rechters, schandelijk onderbelicht. Deze reactie bespreekt daarom de bredere context van hypocrisie en zwijgcultuur binnen het systeem, waar Jensma en anderen helaas weinig tot niets in veranderen.

Oorverdovende Stilte: Hypocrisie, Zwijgcultuur en de verschoningsplicht voor rechters

De Werkgroep Verschoningsplicht voor Rechters (WVvR) tracht al jaren een fundamentele discussie te voeren over het invoeren van een wettelijk verplichte verschoningsplicht voor rechters bij (mogelijke) belangenconflicten, met stevige sanctiemogelijkheden bij het niet naleven daarvan. Ondanks herhaalde oproepen richting de NVvR, de Raad voor de Rechtspraak (RvdR), alle rechtbankpresidenten, fractievoorzitters van de Tweede Kamer en meer dan honderd advocaten, is het structureel stil gebleven; een kakofonie van ontwijkingsgedrag, wegkijken en het actief frustreren van transparantie en verantwoording.

Structureel Wegkijken en Hypocrisie binnen Rechtspraak

De praktijk, zoals ontleed in het essay van Paul Ruijs en verschillende interviews met WVvR-deelnemers, bevestigt een trend van institutioneel wegkijken en het systematisch vermijden van debat over belangenverstrengeling en corruptierisico’s binnen de rechterlijke macht. Rechters en bestuursleden beroepen zich voortdurend op hun onpartijdigheid en integriteit, maar op klachten, aantoonbare belangenconflicten of kritische verzoeken tot openbaarheid volgt steevast een afwijzing, een nietszeggende standaardreactie, of volstrekt stilzwijgen. Topfunctionarissen als Henk Naves verbinden hun publieke statements vooral met de verdediging van het eigen instituut, niet met reflectie of wijzigingsbereidheid. Hiermee wordt het ‘wegkijken als cultuur’ een feitelijk onderdeel van het institutionele bestaansrecht. De gesanctioneerde norm: géén discussie, géén zelfkritiek, géén verantwoording.

Jensma en de Media: Selectieve Betrokkenheid

Op LinkedIn profileert Folkert Jensma zich als kritisch volger van de rechtspraak, maar in alle jaren is nooit inhoudelijk ingegaan op de wetsvoorstellen van WVvR of de onderliggende cases – ondanks herhaaldelijke benaderingen door de werkgroep. NRC en Jensma laten in hun columns het thema keer op keer liggen; de uitzondering zijn enkele kortere bijdragen in “De Andere Krant”, “Volkskrant” en “De Limburger”. De selectiviteit en het uitblijven van structurele aandacht betraden het domein van de openlijke hypocrisie: media pretenderen kritische objectiviteit, maar kiezen in praktijk de weg van de minste weerstand – de ruggespraak met het systeem is kennelijk waardevoller dan oprechte reflectie.

Rechters, Nevenfuncties en Institutioneel Falen

De casus OHRA, waarin rechters met directe (betaalde) belangen zelf in dossiers blijven zitten en geen sancties volgen, is emblematisch voor het bredere probleem. Sinds 1997 geldt een wettelijk register voor nevenfuncties dat structureel wordt genegeerd. Presidenten en de Raad voor de Rechtspraak interveniëren niet, zelfs als openlijk sprake is van belangenverstrengeling of verzwegen nevenactiviteiten. Procedurele mechanismen, zoals wraking en klachtenprocedures, zijn bij herhaling ineffectief gebleken: de klacht wordt afgedaan als ‘aan de aandacht ontsnapt’, waarna de zaak alsnog als ‘zorgvuldig’ en ‘integer’ wordt verklaard, ongeacht de feiten.

Falende Checks & Balances: “De beerput moet dicht blijven”

Lucratieve nevenfuncties, het “ons kent ons”-netwerk en het structureel negeren van oproepen tot transparantie zijn geen incidenten, maar representeren een diepgewortelde Nederlandse bestuursziekte. De RvdR, onder leiding van Naves, manifesteert zich als bastion voor status-quo en interne belangen, niet als hoeder van de rechtsstaat. Kritiek op Poolse rechtsstaat is wél mogelijk – zelfreflectie op schijn van partijdigheid in eigen gelederen nooit. Slechts een enkele rechtenstudent steunde het WVvR-initiatief überhaupt openlijk, terwijl ruim 200 professionals zwijgen.

Media als Heksenmeester – De Kritische Ondergrens

Wat resteert, is het schrijnende gebrek aan journalistieke moed: een breed scala aan (onderzoeks)journalisten en mainstream media deinzen terug voor open debat en laten misstanden bij rechters structureel buiten beschouwing. De beerput moet dicht blijven, het debat ontkracht, het verdienmodel van de rechterlijk macht beschermd. De parallel met de katholieke kerk  is evident: zonder media die wél publiceren is systeemkritiek kansloos. En zolang Jensma, NRC en de mainstream erover blijven zwijgen, blijft de rechtsstaat afhankelijk van dappere burgers en incidentele nichepublicaties.

Afsluitend: Collectieve Hypocrisie en Structureel Zwijgen

Het hardnekkige negeren van WVvR’s pleidooien voor een verschoningsplicht en sanctiemogelijkheden voor rechters bewijst niet alleen een structureel institutioneel falen bij het waarborgen van onafhankelijkheid, maar legt ook de diepgewortelde hypocrisie bloot van sleutelspelers als Jensma en Naves. Wegkijken, het actief frustreren van zelfkritiek en het buiten spel zetten van kritische initiatieven zijn de werkelijke kenmerken van de Nederlandse rechtspraktijk anno 2025. Zolang media, rechterlijke top en politiek deze misstanden weg definiëren of stilzwijgend sanctioneren, is alle retoriek over ‘de beste rechtsstaat ter wereld’ niet meer dan zelfverheerlijking en window  dressing.

Tot slot:

Het debat zal pas serieus gevoerd worden als journalistiek, beleidsmakers en rechtspraak collectief durven af te stappen van hun schijnheilige neutraliteit – en daadwerkelijk de beerput openen die decennialang is dichtgelijmd.

Plaats een reactie

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑