(On)terechte beschuldigingen en het wetsvoorstel van minister Grapperhaus voor nieuwe strafbaarstellingen van ‘seks tegen de wil’ en ‘seksuele intimidatie’

De #Metoo-beweging maakte veel los. Slachtoffers van seksuele intimidatie en misbruik werden aangemoedigd om hun ervaringen te delen, erover te praten en misstanden te melden. Dat is een goede zaak. De onthullingen en discussies in de media maken ons ervan bewust dat twee personen een voorval of vrijpartij totaal verschillend kunnen interpreteren. Wat de een ziet als een gezellige avond, kan de ander – soms pas (veel) later – ervaren als verkrachting. Hij of zij heeft achteraf spijt of wil iets verbergen. Tussen deze twee extremen zit een groot grijs gebied. Wat is waarheid, welk verhaal klopt of hebben ze misschien allebei een beetje gelijk? En wat als de beschuldiging vals blijkt te zijn of de aangifte van misbruik is gedaan uit wraak, bijvoorbeeld na een scheiding om de ex-partner te treffen?

Dit laatste komt veel vaker voor dan leken denken, met enige regelmaat zelfs, zegt Kim Lens van de Universiteit Tilburg. ‘Het zijn voornamelijk vrouwen die bij een vechtscheiding de volledige voogdij proberen te krijgen over hun kind en om die reden liegen dat zij of hun kind is misbruikt.’ Als er aangifte is gedaan, is het aan de politie om te onderzoeken of de beschuldigingen terecht zijn of niet. Rechercheurs kunnen het onderscheid tussen een echte en een valse zedenaangifte niet altijd goed maken, zegt rechtspsycholoog André De Zutter van de Vrije Universiteit Amsterdam. Volgens De Zutter komen onterechte zedenaangiften, vergeleken met andere misdrijven, vaak voor. Als die worden gedaan rondom een scheiding is de beschuldiging in 90 – 95% van de gevallen onterecht.

In de zaak van Frans blunderde de politie ook bij het beoordelen van de valse aangifte van seksueel misbruik die zijn ex-partner tegen hem deed. Zij handelde overduidelijk uit wraak omdat Frans de relatie had beëindigd toen hij ontdekte dat zij vreemdging. Met de aangiftes wilde ze haar vreemdgaan verdoezelen en zich de kinderen toe-eigenen die na de scheiding bij Frans woonden. Maar in plaats van de beschuldigingen te onderzoeken en het motief voor de aangifte na te gaan, ging de politie kritiekloos mee in haar leugens.

Seks als wapen in de scheidingsstrijd

Als de politie eenmaal in die tunnel zit, is er nauwelijks nog een weg terug. Niet alleen voor Justitie zelf, maar ook niet voor het vermeende slachtoffer. Die komt, als de stap naar een aangifte eenmaal is gezet, op een ‘point of no return’. Om geloofd te worden komt er iedere keer een schepje bovenop; de verhalen worden almaar groter en ernstiger waardoor het steeds moeilijker wordt om – zonder gezichtsverlies – nog op de onterechte beschuldigingen terug te komen.

‘Seks is een machtig wapen en de van seksuele intimidatie of verkrachting beschuldigde man lijkt bij voorbaat kansloos. Voordat hij zich heeft kunnen verdedigen is hij meestal al veroordeeld,’ schreef oude advocaat Chris Veraart twintig jaar geleden al in ‘Valse zeden’. Zedenrechercheurs, maar ook officieren van justitie scharen zich gemakkelijk achter het vermeende slachtoffer en gedragen zich als hulpverlener in plaats van objectieve waarheidsvinders. In het verhaal van de verdachte zijn ze niet geïnteresseerd. Ze weten al dat hij de dader is, vaak zonder dat er ook maar één onderzoekshandeling is verricht. Juist omdat het bewijs in zedenzaken zo flinterdun is zou je verwachten dat politie en Openbaar Ministerie uiterst zorgvuldig te werk gaan bij het achterhalen van de waarheid. Niets is minder waar. Volgens Chris Veraart laten (zeden)recher­cheurs en officieren van Justitie zich te gemakkelijk leiden door emoties, het morele gelijk en scoringsdrift.

Zedendelicten zijn stigmatiserend

Een rechter: ‘Het risico dat je iemand onterecht veroordeelt, is in zedenzaken groter omdat er vaak maar weinig bewijs is.’ Het gaat erom valse van echte aangeefsters/aangevers te kunnen onderscheiden. Daarmee zijn niet alleen de onterecht beschuldigden, maar ook de echte slachtoffers van seksueel misbruik gebaat.

Zedendelicten zijn zeer stigmatiserend, zegt Kai Lindenberg, hoofddocent straf(proces)recht aan de Universiteit van Groningen. ‘Het zal je maar gebeuren dat iemand zoiets over je naar buiten brengt, terwijl het niet waar is. Je bent in feite al schuldig bevonden. Het vervelende is, is dat er ook valse aangiften worden gedaan. Beide kanten van seksueel misbruik werken ontwrichtend.’ Daar komt bij dat onterechte zedenaangiften zelden worden vervolgd. Dit terwijl Landelijk zedenofficier van justitie Eva Kwakman al in 2012 beterschap beloofde en zei dat Justitie voortaan altijd vervolging zal instellen bij een valse aangifte van een zedenmisdrijf. Tot nu toe is daar niets van terechtgekomen. 

Met dat in het achterhoofd is het wetsvoorstel van minister Grapperhaus ronduit beangstigend omdat het de deuren nog verder openzet voor kwaadwillende exen hun de strijd om de kinderen.

Ogen niet sluiten voor onterechte beschuldigingen

Een ding staat vast, of ze nu echt zijn of vals, bij zedendelicten zijn geen winnaars en verliezers, alleen maar beschadigde, verdrietige en getraumatiseerde mensen. Alle aangiften rondom seksueel misbruik moeten serieus genomen worden, zegt Kim Lens van de Universiteit Tilburg. ‘Zulke dingen horen niet te gebeuren. Maar we moeten onze ogen ook niet sluiten voor onterecht beschuldigde mensen.’

Elma Drayer is in de Volkskrant van 23 mei j.l. verheugd dat minister Grapperhaus het wetsvoorstel naar de kamer stuurde met de aanscherping van het wetsboek van Strafrecht om beter te kunnen reageren op aangiftes van verkrachtingszaken. Hoe cynisch als je bedenkt dat ook Grapperhaus de Argos VPRO uitzending in december 2018 kende met een schokkende en bizarre reportage over een verkrachtingszaak in den Haag. Daar stelden politie, het OM en de rechter juist alles in het werk om NIETS te onderzoeken of te vervolgen. En niet omdat het een vage aangifte was of een verzonnen verhaal. Integendeel, een 15 jarig meisje was door meerdere daders verkracht waarna gynaecologen hadden vastgesteld dat ze langs natuurlijke weg was bevallen. De baby was echter om het leven gebracht en begraven in het Nieuwe Scheveningse bos. Onderzoek zou echter naar een hooggeplaatste ambtenaar en advocaten leiden en dat was blijkbaar voldoende reden om de aangifte meteen te seponeren en een klacht daarover af te wijzen. Dat laatste zelfs zonder dat het slachtoffer gehoord werd en door een rechter die met één van de verdachten bevriend bleek. Vervolgens sprak minister Dekker n.a.v. Kamervragen routineus zijn vertrouwen uit in deze rechter en de rechtspraak in het algemeen waarmee de beerput definitief werd gesloten. Hoe oprecht zijn daarom de goede bedoelingen van Grapperhaus als hij terzelfder tijd – blijkbaar met succes – zijn imago oppoetst met geveinsde zorg en aandacht voor zedenslachtoffers?

Het meest opvallende aan deze schokkende kwestie was dat ondanks de uitstekende reputatie van de bron de zogenaamde kwaliteitsmedia het volledig lieten afweten m.u.v. van Koen Voskuil van het AD en RTLboulevard(!) die zelfs de moeder van het meisje aan het woord liet. Waar waren de talking heads van de Staatsomroep en al die zelfbenoemde crimefighters?!?!?

Bronnen:

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: