Zijn de antwoorden van minister werkelijk adequaat?

Recentelijk was het de eer aan de vierde VVD-er  op het superministerie  van Justitie en Veiligheid (voorheen Veiligheid en Justitie) om  het veld te moeten ruimen. Hij erkent dat hij de Kamer ook verkeerd heeft geïnformeerd toen er, na de publicatie van De Telegraaf dat  ernstige misdaden weggestopt waren door het ministerie, vragen over de rapportage werden gesteld.

Tegenover de verzamelde pers zei Harbers na zijn aftreden: „Ik ben Kamerlid geweest en weet hoe belangrijk het is dat de Tweede Kamer de goede informatie krijgt.” Maar dat is volgens hem dus niet gebeurd.Minister Dekker gaf recentelijk antwoord op schriftelijke vragen van de Tweede Kamer naar aanleiding van een artikel in de Volkskrant    waarin de betrouwbaarheid van het World Justice Project Rule of Law Index onderzoek ter discussie werd gesteld.

Dit  onderzoek werd de afgelopen jaren door een aantal rechters en ministers  heel gretig gebruikt om terechte maar onwelgevallige kritiek op de rechtspraak te pareren.

Op eerdere vragen van Michiel van Nispen van de SP gaf minister Grapperhaus een aantal antwoorden die niet helemaal met de werkelijkheid strookten.

In alle landen zouden de burger respondenten op dezelfde manier bevraagd zijn. Dit is helemaal niet het geval en ook blijkt nu uit de antwoorden van minister Dekker dat de ranking van Nederland op het gebied van de rechtspraak voornamelijk gebaseerd is op de vragenlijsten die “deskundigen” elk jaar zouden hebben ingevuld. De vragenlijsten die de burgers onder ogen kregen hebben nauwelijks iets met de rechtspraak van doen en nu opeens blijkt dat die er dus bijna niet toe doen bij het onderzoek naar de kwaliteit van de rechtspraak in Nederland, hetgeen eerder wel gesuggereerd werd.

Over het aantal deskundigen dat jaarlijks bevraagd zou zijn in Nederland laat de  minister zich niet uit, maar dat zijn er slechts enkele tientallen, waarvan de meesten een vermelding kregen in het rapport van WJP.

Elke insider weet dat kritiek op de rechtspraak door een advocaat in het openbaar hem mogelijk  duur te staan kan komen en de vraag lijkt dan ook gerechtvaardigd  welke waarde je kunt hechten aan de mening van een twintigtal deskundigen die ook nog eens met naam vermeld wensen te worden in de rapporten van WJP.  De deskundigen, waaronder het merendeel  advocaten, snappen  heel goed aan welke kant hun boterham besmeerd wordt

Dat WJP enkele jaren geleden voor een congres in Den Haag ook al subsidie (€ 10.000) heeft ontvangen van de gemeente Den Haag zegt minister Dekker niet en op wiens aandringen dat gebeurt blijft natuurlijk een vraag.

Ook beweert de minister stellig dat het onderzoeksbureau Lightspeed de respondenten in Nederland benaderd heeft, terwijl de directeur van Lightspeed Nederland zelf van niets weet…..

Uit de  antwoorden van de minister blijkt dat hij zich voornamelijk beroept  op de info die hij van het WJP krijgt en nauwelijks  andere bronnen raadpleegt.

Overigens staat er dit jaar nog een WODC onderzoek gepland naar klassenjustitie, een fenomeen dat ver te zoeken is in de bevindingen van het WJP. Maar ook het recente vertrek van de heer Harbers illustreert voor de zoveelste keer dat het ”toga” ministerie zijn hand er niet voor omdraait om de werkelijkheid te verhullen en of geweld aan te doen.

Dat is ook mijn ervaring met het WJP onderzoek want wat een helder, feitelijk en verifieerbaar antwoord op mijn vragen had moeten opleveren verzandde in moeizaam, ontwijkende en terughoudend verstrekte en onjuist gebleken informatie, zowel vanuit de VS, Europa en Nederland. 

Omdat de VVD toch niet de partij is die uitblinkt in het geven van openheid van zaken betwijfel ik of de minister de vragen van de Tweede Kamer adequaat beantwoord heeft zoals hij zelf beweert en hij ziet dan ook geen aanleiding om niet meer te verwijzen naar het WJP omdat het één van de indicatoren zou zijn waaraan ontleend wordt dat Nederland  in vergelijking met andere landen over  een goed functionerend rechtsstelsel beschikt

De vele klachten  die op  zijn ministerie over justitie binnen komen zijn blijkbaar geen indicator en worden klaarblijkelijk onder het bekende tapijt geveegd.

Een gedachte over “Zijn de antwoorden van minister werkelijk adequaat?

Voeg uw reactie toe

  1. Dank voor je verifieren van eea. Dat toont aan dat de bewindslieden het niet zo nauw nemen met de waarheid.
    Het zij zo, dat NL advocaten uiterst terughoudend zijn met kritiek op rechtspraak. Begrijpelijk want anders wacht er repressailes. De hoogleraren geven wel royaal commentaar. We kennen de vele strafzaken die goed fout zijn gegaan: Puttense moordzaak, Lucia de B(erk),Schiedammer parkmoord enz.
    Ook bij civiele zaken groot geknoei. Bij Intellectueel eigendom ook veel klachten. Prof. AA Quaedvlieg veegt de vloer aan met arrest Hoge Raad igv 𝑻𝒆𝒄𝒉𝒏𝒊𝒑 𝒗𝒔 𝑮𝒐𝒐𝒔𝒔𝒆𝒏𝒔: Quaedvlieg noemt dit een 𝐨𝐧𝐛𝐞𝐠𝐫𝐢𝐣𝐩𝐞𝐥𝐢𝐣𝐤 𝐨𝐨𝐫𝐝𝐞𝐞𝐥 Ook noteert Quaedvlieg in zijn Epiloog dat NL rechters 𝐞𝐞𝐧 𝐫𝐞𝐟𝐥𝐞𝐱 𝐯𝐚𝐧 𝐚𝐟𝐤𝐞𝐮𝐫𝐢𝐧𝐠 tonen igv ex-werknemer vs oud-werkgever. NB Dat is gewoon: 𝐊𝐥𝐚𝐬𝐬𝐞𝐧𝐣𝐮𝐬𝐭𝐢𝐭𝐢𝐞. Prof. Dirk Visser stelt dat de HR beslist obv “𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐛𝐮𝐢𝐤𝐠𝐞𝐯𝐨𝐞𝐥𝐞𝐧𝐬”. Zie: https://alfred-mol.vpweb.be/.
    Ook oud VP Hof Den Haag heeft bij zijn afscheidsrede UvU stevige.kritiek op de HR en selectie van juristen.
    Ook internationaal forse kritiek op arresten v/d HR – zie Research Handbook on the Future of EU Copyright – page 72. NB Als PDF direct tbs zonder kosten. Ergo, zo vraag je je af of minister Dekker weet, waarover hij praat…

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: