De stilte rond rechterlijke integriteit: waarom de WVvR blijft aandringen op een wettelijke verschoningsplicht

Een burgerinitiatief dat niet alleen op weerstand stuit in de juridische wereld, maar ook op stilzwijgen bij politiek en instituties die zeggen de rechtsstaat te bewaken.

Door: Toon Peters

In Nederland wordt veel gesproken over de rechtsstaat. Politici beroepen zich erop, bestuurders verwijzen ernaar en rechters worden geacht er dagelijks inhoud aan te geven. Maar zodra het gesprek concreet wordt en gaat over de controleerbaarheid van rechters zelf, valt er een merkwaardige stilte. Precies in dat zwijgen opereert de Werkgroep Verschoningsplicht voor Rechters, afgekort WVvR.

De kern van het initiatief is eenvoudig. Rechters zouden vóór de behandeling van een zaak schriftelijk moeten verklaren dat zij geen persoonlijke, zakelijke of andere relevante banden hebben met partijen of hun advocaten. Daarnaast moeten nevenfuncties en daaruit voortvloeiende inkomsten volledig, actueel en controleerbaar openbaar zijn. Wat in een gezonde rechtsstaat vanzelfsprekend zou moeten zijn, blijkt in de praktijk een gevoelig onderwerp.

Een klein burgerinitiatief met een principiële inzet

De WVvR werd in 2023 opgericht door vier mensen met verschillende achtergronden, maar met één gedeelde ervaring: wie vragen stelt over de kwaliteit en integriteit van de rechtspraak, stuit al snel op gesloten deuren. Dat gold voor juristen in langdurige dossiers, maar ook voor burgers die in concrete procedures aanwijzingen zagen van mogelijke belangenverstrengeling of van rechters die zich hadden moeten verschonen.

Het initiatief is dus niet ontstaan uit abstract wantrouwen, maar uit concrete ervaringen. De werkgroep wil niet de rechtspraak beschadigen, maar juist versterken. Onafhankelijke rechtspraak kan alleen gezag hebben wanneer zij ook zichtbaar onafhankelijk is. Transparantie is geen aanval op de rechterlijke macht, maar een voorwaarde voor geloofwaardigheid.

Wat de WVvR vraagt

Het voorstel van de WVvR bestaat in feite uit twee heldere eisen.

Ten eerste: een wettelijke verschoningsplicht vooraf. Niet pas achteraf, als een partij toevallig iets ontdekt, maar vóór de zaak inhoudelijk wordt behandeld. Een rechter moet expliciet verklaren dat er geen relatie bestaat of heeft bestaan die de schijn van partijdigheid kan oproepen.

Ten tweede: een deugdelijke openbaarmaking van nevenfuncties en relevante inkomsten. Op papier bestaan daarvoor al verplichtingen, maar in de praktijk blijkt die openbaarheid te vaak onvolledig, laat bijgewerkt of feitelijk oncontroleerbaar. Juist daardoor ontstaat het risico dat partijen pas veel later ontdekken dat een rechter ook op andere terreinen banden had die relevant hadden kunnen zijn.

De gedachte achter deze eisen is niet ingewikkeld. In vrijwel elke andere sector waar onafhankelijkheid van belang is, gelden duidelijke integriteitsregels, meldplichten en sancties. Waarom zou voor de rechtspraak een lichter regime moeten gelden?

Waarom dit onderwerp niet theoretisch is

De WVvR wijst al langer op voorbeelden waarin de schijn van belangenverstrengeling of institutionele afscherming moeilijk te ontkennen is. De zaak Rem/OHRA is daar een bekend voorbeeld van. Daar bleek een raadsheer een betaalde nevenfunctie te hebben bij verzekeraar OHRA, terwijl hij ook appelzaken van OHRA behandelde. Daarnaast waren er relaties met het betrokken advocatenkantoor. Alleen al de schijn die daaruit voortvloeit, zou in een transparant systeem voldoende reden moeten zijn voor een veel strengere toets vooraf.

Ook de affaire rond Hans Westenberg heeft laten zien hoe terughoudend de rechterlijke organisatie is als een probleem intern moet worden aangepakt. Dat de proceskosten jarenlang werden gedragen zonder dat daar een duidelijke institutionele grens werd getrokken, heeft het publieke vertrouwen niet versterkt.

In de renteswapdossiers, waarin al jaren wordt geprocedeerd, klinkt eveneens de klacht dat wezenlijke inhoudelijke punten structureel worden vermeden. Voor burgers die zich al financieel en emotioneel uitgeput voelen door lange procedures, is dat een extra bevestiging dat de rechtsgang niet alleen ontoegankelijk, maar soms ook intern afgeschermd is.

Wie deze zaken op een rij zet, ziet een patroon. Het probleem is niet alleen een mogelijk incident hier of daar, maar vooral het ontbreken van een systeem dat mogelijke partijdigheid vroegtijdig zichtbaar maakt en serieus corrigeert.

Een insider over de Dexia-affaire

Op een soortgelijk artikel kwam onlangs een reactie binnen van een insider die nog eens wees op de aandelenlease-affaire, ook wel de Dexia-affaire genoemd. Volgens deze reactie werd destijds aan klanten voorgespiegeld dat echte aandelen werden aangekocht, terwijl daar in werkelijkheid andere financiële constructies voor in de plaats kwamen. De schrijver spreekt over een zwendel van miljarden en over een rechtspraak die op onderdelen ernstig is tekortgeschoten.

Die insider wijst bovendien op een volgens hem gebrekkig onderzoek door de AFM, op een rol van het Gerechtshof Amsterdam bij het wegwerken van de kern van het probleem, en op een weinig fraaie rol van zowel een Advocaat-Generaal als de Hoge Raad in het vervolgtraject. Over details en kwalificaties kan verschil van mening bestaan, maar de strekking van de reactie is relevant: ook in grote maatschappelijke dossiers leeft breed het gevoel dat fundamentele vragen over rechterlijke onafhankelijkheid en institutionele zelfbescherming onvoldoende open worden behandeld.

Juist daarom is de roep om voorafgaande transparantie geen academische exercitie. Zij raakt aan dossiers waarin burgers zich al jarenlang afvragen of zij wel door een werkelijk onbevangen rechter zijn gehoord.

De gesloten reflex van de juridische wereld

Wat misschien nog het meest opvalt, is niet eens de inhoudelijke afwijzing van het voorstel van de WVvR, maar het gebrek aan inhoudelijke reactie. De werkgroep heeft rechtbankpresidenten, gerechtshoven, de Raad voor de Rechtspraak, de NVvR, advocaten en rechtenstudenten benaderd. De respons was uiterst gering. Wie werkelijk gelooft in de kracht van de rechtsstaat, zou juist bereid moeten zijn dit debat open te voeren.

Daar komt bij dat ook de Hoge Raad niet bereid is gebleken om met de WVvR in gesprek te gaan. Dat is veelzeggend. Juist de hoogste rechter zou moeten begrijpen dat vertrouwen in de rechtspraak niet alleen afhangt van juridische juistheid, maar ook van de bereidheid om principiële kritiek serieus te nemen.

Stilte kan soms waardig lijken, maar in dit soort kwesties werkt zij ondermijnend. Wie geen opening biedt voor controle of gesprek, wekt al snel de indruk dat geslotenheid belangrijker wordt gevonden dan publieke verantwoording.

Een wegkijkende politiek

Minstens zo problematisch is de houding van de politiek. De rechtsstaat wordt in Den Haag graag bezongen, zeker wanneer het gaat over grote woorden als democratie, instituties en burgerbescherming. Maar wanneer burgers of kleine initiatieven met concrete voorstellen komen die raken aan de rechterlijke macht, is de politieke moed opvallend beperkt.

Partijleiders die door de WVvR zijn benaderd, reageren in het geheel niet. Kamerleden met wie wel gesprekken zijn gevoerd, laten daarna niets meer van zich horen. Geen vervolg, geen vragen, geen motie, geen zichtbaar publiek standpunt. Het zijn juist deze ervaringen die het gevoel voeden dat veel volksvertegenwoordigers het onderwerp liever laten rusten zodra zij merken dat het gevoelig ligt.

Dat is des te opmerkelijker omdat de politiek zichzelf graag presenteert als hoeder van de rechtsstaat. Wie die rol serieus neemt, kan kritiek op de rechtspraak niet slechts doorverwijzen naar commissies, evaluaties of de rechterlijke organisatie zelf. Parlementaire controle houdt ook in dat men lastige vragen durft te stellen over integriteit, transparantie en institutionele macht.

De Staatscommissie Rechtsstaat en het gemiste punt

Het rapport De gebroken belofte van de rechtsstaat van de Staatscommissie Rechtsstaat zette terecht uiteen dat veel burgers vastlopen in een systeem dat zijn eigen belofte niet waarmaakt. Dat rapport bevat waardevolle observaties over de afstand tussen burger en instituties. Tegelijk blijft het wringen dat het voorstel voor een wettelijke verschoningsplicht voor rechters niet is overgenomen.

Daarmee blijft een essentieel onderdeel onderbelicht. Een rechtsstaat faalt niet alleen wanneer wetten slecht worden uitgevoerd of burgers vermalen raken in procedures. Zij faalt ook wanneer de controle op de onafhankelijkheid van rechters te veel wordt overgelaten aan de rechterlijke organisatie zelf.

Het bagatelliseren van gebrekkige registratie van nevenfuncties als een kwestie van slordigheid doet dan ook onvoldoende recht aan de ernst van het probleem. Waar openbaarheid ontbreekt, ontbreekt ook effectieve controle. En waar controle ontbreekt, groeit wantrouwen.

Waarom dit iedereen zou moeten aangaan

Dit onderwerp is niet alleen van belang voor procespartijen, juristen of mensen die al in conflict zijn geraakt met de overheid. Het raakt de kern van de verhouding tussen burger en staat. Rechters beschikken over ingrijpende macht. Zij beslissen over eigendom, schade, vrijheid, reputatie en rechtsbescherming. Dan mag van hen maximale transparantie worden verwacht over omstandigheden die hun onpartijdigheid kunnen raken.

Wie dit afdoet als wantrouwen jegens de rechtspraak, mist het punt. Het gaat juist om het versterken van vertrouwen door controleerbare waarborgen. Vertrouwen zonder toetsbaarheid is geen rechtsstatelijk vertrouwen, maar een verzoek om berusting.

Tijd voor een open debat

De WVvR vraagt niets buitensporigs. Geen ondermijning van de rechterlijke macht, geen populistische aanval op instituties, geen verdachtmaking van alle rechters. De werkgroep vraagt slechts dat ook rechters vooraf, zichtbaar en toetsbaar verantwoording afleggen over mogelijke belangenverstrengeling. Dat is in wezen een bescheiden eis, maar kennelijk wel een die een gevoelige zenuw raakt.

Juist daarom moet dit onderwerp op tafel blijven. Zolang de juridische wereld zwijgt, de Hoge Raad niet in gesprek wil, partijleiders niet reageren en Kamerleden na gesprekken verdwijnen, is er alle reden om door te vragen. Niet uit rancune, maar uit zorg voor de kwaliteit van de rechtsstaat.

De vraag is uiteindelijk eenvoudig: als rechters werkelijk onafhankelijk zijn, waarom zou een wettelijke verschoningsplicht dan problematisch zijn?

Contact: aph.peters@gmail.com

Een gedachte over “De stilte rond rechterlijke integriteit: waarom de WVvR blijft aandringen op een wettelijke verschoningsplicht

Voeg uw reactie toe

Plaats een reactie

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑