
23 juli 2026
De Nederlandse rechtspraak presenteert met gepaste trots de uitkomsten van het recente Rule of Law-rapport van de Europese Commissie. 77% van het grote publiek en 85% van de ondernemingen beoordeelt de onafhankelijkheid van Nederlandse rechters als “vrij goed” tot “zeer goed”. Een zevende plaats in Europa lijkt reden tot tevredenheid. Maar wie iets dieper graaft in de praktijk, ziet een ongemakkelijker werkelijkheid, waarin toezicht, transparantie en aanspreekbaarheid van rechters achterblijven bij het zelfbeeld van de sector.
Cijfers zijn geen sluitstuk, maar startpunt
Vergelijkende Rule of Law-indices kunnen nuttig zijn als signaal, maar ze steunen sterk op enquêtes onder burgers, waarvan de meesten nog nooit een rechtszaal zijn geweest, en op moeilijk toetsbare expertpanels, terwijl de onderliggende dataverzameling en weging vaak een black box blijven. Wanneer politici en rechterlijke macht zich te nadrukkelijk beroepen op een hoge ranking, dreigt structurele kritiek te worden weggewoven als “incidenten” die niet zouden afdoen aan het fraaie cijfer. Zulke rapporten zouden een uitnodiging moeten zijn om kritische vragen te stellen, niet om het eigen gelijk in persberichten en LinkedIn-posts te bevestigen.
Wat het werk van Paul Ruijs laat zien
Wie het onderzoek van mr. Paul Ruijs leest, ziet een ander beeld dan de PR-folders schetsen. Daarin komen onder meer verzwegen nevenfuncties, een hardnekkig “ons-kent-ons”-circuit en gevoelige dossiers als Rem/OHRA en Chipshol voorbij, waarin ten minste de schijn van belangenverstrengeling te groot is om te negeren. Voor veel burgers is hoger beroep financieel of praktisch onhaalbaar; een partijdige of disfunctionerende rechter wordt in de praktijk dan feitelijk onaantastbaar. Onafhankelijkheid zonder effectief toezicht en reële sancties is geen waarborg, maar een risico.
De stille strijd van de WVvR
Tegen die achtergrond is het burgerinitiatief van de Werkgroep Verschoningsplicht voor Rechters (WVvR) interessant – en veelzeggend – tegelijk. De WVvR pleit voor een wettelijke plicht voor rechters om vóór de behandeling van een zaak schriftelijk te verklaren dat zij geen privé-, persoonlijke of zakelijke relaties hebben of hebben gehad met partijen of hun advocaten, op straffe van zware sancties bij onjuiste of achterwege gelaten verklaringen. Daarnaast vraagt de werkgroep om een serieuze naleving van de al sinds 1997 bestaande verplichting om nevenfuncties en bijkomende inkomsten volledig en openbaar te registreren, iets wat in de praktijk vaak onvolledig of slordig gebeurt.
Concrete casuïstiek: meer dan incidenten
De WVvR baseert zich niet op onderbuikgevoel, maar op concrete dossiers. Zo werd in de zaak Rem/OHRA een raadsheer met een betaalde nevenfunctie bij verzekeraar OHRA herhaaldelijk ingeschakeld in appelzaken van diezelfde verzekeraar, terwijl collega-raadsheren eveneens banden hadden met het betrokken advocatenkantoor. Ook de affaire rond de “liegende rechter” Hans Westenberg, van wie twaalf jaar lang proceskosten door de Raad voor de Rechtspraak werden betaald zonder dat tot ontslag werd overgegaan, laat zien hoe terughoudend de sector is om eigen leden echt ter verantwoording te roepen. En in renteswap-zaken bij de rechtbank Amsterdam wordt volgens jurist Hester Bais structureel voorbijgegaan aan cruciale risico’s, met aanwijzingen voor overleg tussen Zuidas-advocaten en rechters.
Een gesloten juridische cultuur
De reactie van de juridische wereld op het WVvR-initiatief is vooral veelzeggend door haar afwezigheid. Van alle presidenten van rechtbanken en hoven, de NVvR en de Raad voor de Rechtspraak kwam slechts één – niet ter zake doende – reactie terug. Van ruim honderd benaderde advocaten en evenveel rechtenstudenten gaf slechts één student expliciet steun. Die stilte past bij wat de Staatscommissie Rechtsstaat zelf beschrijft als een organisatie die moeite heeft met zelfreflectie. Toch bleef het voorstel voor een wettelijke verschoningsplicht buiten het eindrapport, terwijl het niet registreren van nevenfuncties eufemistisch werd afgedaan als “slordig”.
Onafhankelijkheid vraagt om controleerbaarheid
Onafhankelijkheid betekent niet dat rechters “van God los” zijn, maar dat ze alleen aan de wet en een goede procesorde gebonden zijn. Dat fundament verdient brede steun. Maar juist omdat rechters zo’n cruciale rol spelen in het beschermen van burgers tegen willekeur, hoort bij die onafhankelijkheid ook radicale transparantie over mogelijke belangenconflicten, werkelijke openbaarheid van nevenfuncties en een cultuur waarin kritiek niet wordt gezien als aanval, maar als voorwaarde voor vertrouwen.
Uitnodiging tot gesprek
Het initiatief van de WVvR is geen kruistocht tegen rechters, maar een poging om de institutionele voorwaarden voor vertrouwen te versterken in een systeem dat zichzelf nu grotendeels controleert. In plaats van tevreden achterover te leunen met een zevende plek in Europa, zou de rechterlijke macht de hand kunnen uitsteken naar burgers en onderzoekers die al jaren op deze blinde vlekken wijzen. Het debat over rechterlijke onafhankelijkheid wint aan kracht wanneer ook de vraag wordt gesteld hoe transparantie, aanspreekbaarheid en controle beter kunnen worden georganiseerd.
Slotvraag
Wat vinden jullie: hoort bij rechterlijke onafhankelijkheid ook een wettelijke verschoningsplicht met handhaafbare sancties, en volledige, controleerbare openbaarheid van nevenfuncties? En wat is er nodig om de kloof te dichten tussen mooie Rule of Law-cijfers en de ervaringen van burgers in de rechtszaal?

Nuttig artikel.Ik voeg toch nog maar eens de zwakke, op onderdelen corrupte, rechtspraak bij de afdoening van de zg. aandelenlease-affaire (ook wel Dexia-affaire genoemd) toe. Dexia/Legio Lease beloofde zijn klanten destijds echte aandelen aan de beurs te kopen. In werkelijkheid werd deze ”aankoop” vervangen door de combinatie van (veel goedkopere) derivaten en institutioneel ”geleende” aandelen. Een zwendel van circa 5 miljard euro. Door middel van een volstrekt broddelonderzoek door de AFM en vervolgens wegmoffelen door het Gerechtshof Amsterdam, werden de gedupeerden van Dexia hun claim ontzegd. Ook een Advocaat-Generaal bj de Hoge Raad en de Hoge Raad speelden in het na-traject bepaald geen fraaie rol.
LikeLike