De Volkskrant kopt: ‘Rechtbankpresidenten nemen met smoezen van rechters genoegen’

Op social media (o.a. www.watunietindekrantenleest.com en https://www.sypwynia.nl/) werd al regelmatig melding gemaakt van het feit dat er rechters zijn die hun bijbanen niet opgeven. 

Uiteindelijk is de Volkskrant overstag gegaan om hier uitvoerig over te berichten.

Hieronder de twee artikelen die de Volkskrant er op 16 september 2019 over schreef.

https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/rechters-schenden-nog-steeds-ongestraft-wettelijke-plicht-bijbanen-te-melden~b41fe099/ :

‘Rechters schenden nog steeds ongestraft wettelijke plicht bijbanen te melden’

https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/ik-doe-een-onderzoekje-en-kom-puur-toevallig-acht-rechters-tegen-die-hun-functies-niet-opgeven~bac00441/ :

‘Ik doe één onderzoekje en kom puur toevallig acht rechters tegen die hun functies niet opgeven’

Beide artikelen zijn hieronder te lezen

Nieuws Nevenfuncties rechters

‘Rechters schenden nog steeds ongestraft wettelijke plicht bijbanen te melden’

Rechters schenden nog steeds ongestraft de wettelijke plicht hun bijbanen openbaar te maken. De verplichte controle daarop door rechtbankpresidenten wordt nagenoeg niet uitgevoerd. Bovendien zijn er rechters die zich laten inhuren voor pleitcursussen en advies aan advocatenkantoren, hoewel de gerechtsbestuurders in 2013 besloten dat dit ongewenst is. Dat zegt gepensioneerd jurist Paul Ruijs in De Volkskrant.

Wil Thijssen16 september 2019, 5:00

Interieur van de rechtszaal in het Paleis van Justitie in Den Haag.
Beeld ANP

Jurist Paul Ruijs is bekend van het rapport ­Integriteit Rechterlijke Macht uit 1997. Daaruit bleek onder meer dat vicepresident Lion uit Arnhem een betaalde nevenfunctie had bij verzekeraar Ohra, die hij in een rechtszaak vervolgens in het gelijk stelde. Dat rapport leidde destijds tot de wettelijke verplichting van rechters om hun nevenfuncties openbaar te maken. 

‘Het is nu 2019 en er is niets veranderd’, zegt Ruijs, die per toeval stuitte op acht rechters wier nevenfunctie omstreden is, of niet gemeld, of beide. Dat geldt voor zes rechters die waren in te huren bij Pleitacademie.nl, een rechter bij Servicehuis Advocatuur en een bij Merlijn Advies Groep. Zijn bevindingen komen een half jaar na een zeer kritisch rapport van de Visitatiecommissie Rechtspraak, waarin werd geconcludeerd dat de Nederlandse rechtspraak een gebrek heeft aan zelfreflectie.

Ruijs ontdekte de bijbanen tijdens het onderzoek dat hij het afgelopen jaar deed naar een omstreden rechtszaak (de zaak-Mol, een auteursrecht-zaak die eindigde in 2010) waarin toenmalig kortgedingrechter Ernst Numann advocaat Severin de Wit in het gelijk stelde. De Wit is oprichter van de commerciële Pleitacademie en Numann zit in de Raad van Advies. ‘Dit wekt op zijn minst de schijn van belangenverstrengeling’, aldus Ruijs.

De verantwoordelijken van de Pleitacademie zijn zich ervan bewust dat trainingen door rechters aan advocatenkantoren ‘ongewenst’ zijn. Maar volgens oprichter De Wit komen de cursussen van rechters de kwaliteit van de advocatenopleiding ten goede. ‘Een goed pleidooi door de advocaat leidt niet alleen tot een betere, maar ook tot een efficiëntere rechtstoepassing. Dit is relevant omdat er dan geen onnodig beslag wordt gelegd op de kostbare tijd van toch al overbelaste rechters.’

Ernst Numann, inmiddels vicepresident van de Hoge Raad, laat weten dat hij onbezoldigd in de Raad van Advies zit en dat de Pleitacademie ‘niet uitsluitend trainingen aan advocatenkantoren geeft’.

Paul Ruijs.
Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

De Raad voor de Rechtspraak meldt dat schending van de meldplicht voor bijbanen – voor zover bekend – nog nooit tot disciplinaire maatregelen heeft geleid. Volgens een woordvoerder waren de rechters uit Ruijs’ onderzoek het melden van hun bijbaan vergeten, of meldden zij die niet omdat ze slechts eenmaal hadden lesgegeven, of nog helemaal geen cursus hadden gegeven, of ‘in de administratieve pijplijn’ van het Nevenfunctieregister zaten. Na vragen van Ruijs lieten zij zich allen uitschrijven bij de Pleitacademie.

‘Het is een publiek geheim dat niet alle rechters hun nevenfuncties opgeven’, zegt Philip Langbroek, hoogleraar rechtspleging en rechterlijke organisatie van de Universiteit Utrecht. ‘Het is onbehoorlijk als ze dat niet doen. Het komt vooral aan op persoonlijke integriteit, want een gerechtsbestuurder kan niet van alle rechters achterhalen wat zij aan nevenfuncties hebben.’

Henny Sackers, hoogleraar sanctierecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen en rechter-plaatsvervanger bij de rechtbank in Den Bosch, beaamt dat het ‘systeem van gewenste transparantie’ niet of nauwelijks wordt gecontroleerd: ‘Elke twee jaar wordt gevraagd of het Nevenfunctieregister nog klopt. Rechters worden geacht daar naar waarheid op te antwoorden. De noodzaak dit te controleren zou er niet moeten zijn, maar is er blijkbaar wel. Een rechtzoekende moet kunnen controleren of een rechter zich had moeten verschonen of kan worden gewraakt.’

Interview Paul Ruijs

Hoewel het wettelijk is verplicht, maken veel rechters hun bijbanen niet openbaar, blijkt uit onderzoek van Paul Ruijs. ‘Dit zijn dus de mensen die toetsen of burgers de wet correct naleven

‘Ik doe één onderzoekje en kom puur toevallig acht rechters tegen die hun functies niet opgeven’

Hoewel het wettelijk is verplicht, maken veel rechters hun bijbanen niet openbaar, blijkt uit onderzoek van Paul Ruijs. ‘Dit zijn dus de mensen die toetsen of burgers de wet correct naleven.’

Wil Thijssen16 september 2019, 5:00

Paul Ruijs.
Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Hij laat computerschermafdrukken zien: zes rechters bieden zich met foto en cv aan op ‘Pleitacademie.nl’. Ze zijn in te huren door advocatenkantoren die de ‘pleitkunst’ van hun advocaten willen verbeteren. Dat is gek, zegt Paul Ruijs (71), want in 2013 besloten de gezamenlijke rechtbankpresidenten – bestuurders van de gerechten – dat zulke cursussen ‘onwenselijk’ zijn, om de schijn van belangenverstrengeling te vermijden. De reden: in dat jaar kwam in het nieuws dat rechter Hans Westenberg volgens de Fiod vele tienduizenden euro’s bijverdiende met verzwegen neveninkomsten, onder meer bij advocatenkantoren. En Westenberg was niet de enige rechter die bijkluste.

‘Maar wat nog gekker is’, zegt Ruijs: ‘Vijf van de zes rechters bij de Pleitacademie hebben deze omstreden bijbaan niet in het Nevenfunctieregister opgegeven, en dat is wettelijk verplicht. Dit zijn dus de mensen die toetsen of burgers de wet correct hebben nageleefd.’

Paul Ruijs, een gepensioneerd jurist, heeft er zijn missie van gemaakt de rechtspraak kritisch te volgen. Hij verwierf in 1996 bekendheid met het IRM-rapport (Integriteit Rechterlijke Macht): samen met drie ‘medeburgers’ analyseerde hij 2.500 arresten, waaruit bleek dat er in tientallen processen zakelijke en privérelaties bestonden tussen rechters en de winnende procespartij. Het rapport was reden voor toenmalig minister van Justitie Sorgdrager om de wet aan te passen en rechters te verplichten hun nevenfuncties openbaar te maken.

‘Er zijn nog steeds rechters die dat niet doen’, zegt de jurist. Tijdens een onderzoek naar een rechtszaak stuitte hij op de zes rechters op Pleitacademie.nl, van wie er vijf deze nevenfunctie niet in het register meldden, ‘hoewel docentschappen expliciet als nevenfunctie door de wetgever worden genoemd’.

Zodra Paul Ruijs kritische vragen over de bijklussende rechters ging stellen, verdween de ene rechter na de ander van de website. ‘Alleen deze’, zegt hij, wijzend naar de Rotterdamse kantonrechter Joke Halk, heeft haar nevenfunctie netjes in het register vermeld. De rest deed dat allemaal niet, en dat is verboden.’

Misschien deden ze het onbezoldigd?

Ruijs haalt zijn schermafdrukken weer tevoorschijn, en wijst: ‘Kijk, hier staat het: prijs op aanvraag.’ En zelfs als het om vrijwilligerswerk ging, zegt hij, hadden ze het moeten melden. ‘Het Nevenfunctieregister is ooit ingevoerd zodat burgers kunnen controleren of een rechter persoonlijk of zakelijk belang heeft bij een partij of onderwerp tijdens een rechtszaak. Als rechters hun nevenfuncties niet melden, maken zij die controle onmogelijk.’

Onlangs stuitte Ruijs op een tweede ‘pleitacademie’, onder de naam Servicehuis Advocatuur. Ook daarvan heeft hij een schermafdruk met een rechter die zich er, na het ‘onwenselijk’-besluit van de rechtbankpresidenten, liet inhuren voor cursussen en advies aan advocatenkantoren. Zij was in het verleden vicepresident van de rechtbank in Den Haag en ook zij liet haar naam van de site verwijderen nadat Ruijs kritische vragen ging stellen.

En bij de Merlijn Groep biedt een rechter zich aan als docent-trainer zonder dat dit in het Nevenfunctieregister staat vermeld. ‘Zij staat nog steeds op die site.’

De Raad voor de rechtspraak, bestuurder en woordvoerder van alle rechters, antwoordt op vragen van de Volkskrant dat een van de rechters die op Pleitacademie.nl stond de functie wel had opgegeven, maar nog ‘in de administratieve pijplijn’ zat omdat het register maar eens per jaar wordt geactualiseerd. Een andere rechter was het ‘vergeten’, twee rechters zeggen er nog geen les te hebben gegeven en de vijfde slechts één keer.

‘Dat eerste argument is gelogen, want toen de betreffende rechter na mijn vragen ineens uit de pijplijn kroop en de nevenfunctie wél meldde, bleek hij al anderhalf jaar bij de Pleitacademie ingeschreven te staan. En verder doet het er niet toe of rechters wel, of niet, of honderd of slechts één keer hebben lesgegeven. Ze bieden zich als docent aan. De wet schrijft voor dat een rechter die het voornemen heeft een nevenbetrekking te gaan uitoefenen, daarvoor toestemming moet vragen aan de baas en het bij goedkeuring moet melden in het register. En als het gaat om cursussen aan advocatenkantoren zouden de presidenten dat niet goed moeten vinden, conform hun eigen besluit uit 2013.’

‘Maar je ziet het: de Raad voor de rechtspraak neemt met al die smoezen genoegen. Datzelfde geldt voor de Haagse rechtbankpresident die ik mailde over een van zijn rechters die haar nevenfunctie bij Servicehuis Advocatuur niet opgaf. Ook hij mailde terug dat ze er nog nooit had lesgegeven, en dekt het toe. Terwijl hij natuurlijk had moeten zeggen: waarom heb je je daarvoor opgegeven? Waarom weet ik daar niks van?’

Is het grootste probleem volgens u dat rechters hun nevenfuncties niet opgeven of dat het blijkbaar niet wordt gecontroleerd?

‘Beide. Onze rechtspraak hoort van onbesproken gedrag te zijn. Al twintig jaar ben ik heel kritisch over bijklussende rechters en schrijven de kranten over belangenverstrengeling. Steeds wordt er beterschap beloofd, maar je ziet het: er verandert niks. We zitten nu in 2019, ik doe één onderzoekje en kom puur toevallig acht rechters tegen die hun functies niet opgeven. Al twintig jaar is dat register niet volledig en dus onbetrouwbaar. Het wordt niet bijgewerkt en niet gecontroleerd. Zelfs als je erop wijst, heeft niemand het lef om een ander er op aan te spreken.’

In maart rapport publiceerde de Visitatiecommissie Rechtspraak een buitengewoon kritisch rapport, waarin wordt geconclu­deerd dat de Nederlandse recht­spraak een gebrek heeft aan zelfreflectie en dat er sprake is van gebrekkig leiderschap.

‘Dat herken ik helemaal.’

Het probleem beperkt zich niet tot nevenfuncties, stelt Paul Ruijs. Een van de rechters die zijn nevenfunctie bij de Pleitacademie niet meldde, staat met een incorrect cv in het register. ‘In de vier jaar dat hij blijkens zijn benoemingsbesluit rechter was op de Antillen, staat ingevuld: rechter in Dordrecht. Maar die Antilliaanse periode kan heel relevant zijn voor een rechtzoekende. Waarom meldt hij die Antilliaanse periode niet?

‘Ook zie je hier’ – Ruijs wijst weer op zijn prints – ‘een raadsheer van het Amsterdams gerechtshof die op de vraag over betaling – ‘bezoldiging’ – achter al zijn nevenfuncties invult: onbekend. Dan kun je nagaan hoe slecht het wordt gecontroleerd: al zeven jaar vult deze man in dat hij niet weet of hij geld krijgt voor zijn bijbaan, terwijl de wet voorschrijft dat zijn baas het systeem elk jaar controleert.’

‘Sommige rechters klussen overdag bij, gewoon onder werktijd, blijkt uit de cursusroosters. In dat geval moeten ze het geld afdragen aan de rechtbank. Doen ze dat? Waar gaat dat verdiende geld naartoe?

‘Ik ontdek al acht rechters tijdens één onderzoekje naar een rechtszaak’, zegt Ruijs. ‘Wat denk je dat ik aantref als ik echt gericht onderzoek naar bijklussende rechters ga doen?’

Hoe erg is dat? Hoe reëel is de kans dat een rechter een persoonlijk belang in een rechtszaak heeft?

‘Kijk naar geslaagde wrakingszaken, naar de Ohra-zaak, naar het omvangrijke Chipshol-proces over de gebiedsontwikkeling rond Schiphol. In die zaak heeft een griffier onder ede verklaard dat rechter Kalbfleisch binnenstormde en vroeg of zijn collega Westenberg die zaak kon doen. Later bleek dat Kalbfleisch en Westenberg goede vrienden waren en dat Kalbfleisch bevriend was met een van de procespartijen. De rest is geschiedenis.’ (Westenberg werd gedwongen met pensioen gestuurd, red.).

Ook over het toewijzen van zaken is de rechtspraak niet transparant, zegt Ruijs. De presidenten verdelen zaken onder de rechters. ‘Maar in verschillende Europese landen is grondwettelijk vastgelegd dat zaken at random, naar willekeur, moeten worden toegewezen. Juist om te voorkomen dat iemand zegt: geef mij die maar, of: jij moet die doen. Dat zou in Nederland ook moeten gebeuren.’

Wat is volgens u noodzakelijk zodat het controlesysteem op bijbanen wel betekenisvol is?

‘Schaf het Nevenfunctieregister af. Het is bedoeld om de rechtzoekende die twijfelt aan z’n rechter houvast te geven. Doe het andersom: laat een rechter die een zaak krijgt toebedeeld een verklaring tekenen dat hij persoonlijk noch zakelijk binding heeft met de partijen en onderwerpen die in de zaak voorkomen. Dan hoef ik als burger niks te controleren. Mocht naderhand blijken dat hij wekelijks bij de Rotary een vorkje prikt met mijn tegenpartij, dan had-ie zich moeten verschonen en volgt schadevergoeding als er schade is geleden door de uitspraak. Leg de bal daar waar die moet zijn: niet bij de burger, maar bij de rechter.’

‘Ik ga ervan uit dat meer dan 80 procent van de rechters z’n werk zeer consciëntieus en gewetensvol doet. Maar het zijn de rotte appels die steeds het nieuws halen en de hele beroepsgroep schaden en een leiding die daar niet tegenin gaat. Het wordt tijd dat de zwijgende meerderheid ook eens zijn stem laat horen en zegt: genoeg is genoeg.’

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: